De vraag ‘waarom slaat aardlekschakelaar uit?’ komt meestal op het minst handige moment: de verlichting valt weg, de vriezer stopt of een machine doet niets meer. De aardlekschakelaar is dan niet zomaar een lastige onderbreking. Hij schakelt de spanning uit omdat hij een mogelijk gevaarlijke lekstroom meet. Dat is precies wat hij hoort te doen.
Met een rustige, systematische controle vindt u vaak snel de oorzaak. Belangrijk: ga niet experimenteren met open groepen, losse draden of een aardlekschakelaar die niet wil inschakelen. Schakel bij twijfel een erkend elektricien in.
Wat doet een aardlekschakelaar precies?
Een aardlekschakelaar vergelijkt de stroom die via de fasedraad een installatie ingaat met de stroom die via de nuldraad terugkomt. Is dat verschil te groot, dan loopt er mogelijk stroom weg via aarde, een metalen behuizing, vocht of zelfs een persoon. Bij een standaard aardlekschakelaar voor een woning ligt de grens meestal op 30 mA. Hij schakelt dan snel uit om de kans op een elektrische schok te beperken.
Dat is iets anders dan een installatieautomaat of zekering. Een automaat schakelt uit bij overbelasting of kortsluiting, bijvoorbeeld wanneer te veel zware apparaten op één groep staan. Een aardlekschakelaar reageert op lekstroom. Soms zit de oorzaak in één apparaat, maar ook vaste bekabeling, een buitenlamp of vocht in een aansluitdoos kan de storing veroorzaken.
Waarom slaat de aardlekschakelaar uit?
De meest voorkomende oorzaak is een apparaat met een isolatiefout. Denk aan een wasmachine, vaatwasser, boiler, koelkast, waterkoker of elektrisch gereedschap. Door slijtage, hitte, een beschadigd snoer of vocht kan een kleine hoeveelheid stroom naar de behuizing of aarde weglekken. Het apparaat werkt soms nog gewoon, maar de aardlekschakelaar merkt de fout alsnog op.
Vocht is een tweede veelvoorkomende boosdoener. Vooral in de badkamer, keuken, garage, schuur en buiteninstallatie. Een buitenstopcontact met condens, een vochtige lasdoos, een tuinlamp of een verlengsnoer dat in een plas heeft gelegen kan voldoende lekstroom geven. Treedt de storing vooral op na regen, schoonmaakwerk of een vochtige nacht? Begin dan bij de groepen en aansluitpunten buiten of in vochtige ruimtes.
Ook beschadigde kabels en stekkers verdienen aandacht. Een kabel die klem heeft gezeten onder een deur, is geraakt door een schop of is aangevreten, kan aan de buitenkant nog redelijk lijken. Gebruik zo’n snoer niet meer totdat het is vervangen. Tape om een beschadigde kabel is geen veilige reparatie.
Bij oudere apparaten kan de lekstroom geleidelijk oplopen. Verwarmingselementen zijn hierbij berucht. In een vaatwasser, wasmachine, boiler of koffieapparaat kan vocht in het element trekken. Het probleem laat zich dan soms pas zien zodra het apparaat warm wordt. Slaat de aardlekschakelaar pas na een paar minuten wassen, verwarmen of koken uit, dan is dat een duidelijke aanwijzing.
Ten slotte kan het gaan om optelsom van kleine lekstromen. Apparaten met elektronica, filters en voedingen hebben vaak een geringe normale lekstroom. Eén apparaat is dan geen probleem, maar meerdere apparaten op dezelfde aardlekschakelaar kunnen samen de grens bereiken. Dit komt vaker voor bij uitgebreide keukenapparatuur, werkplaatsen, laadapparatuur en veel aangesloten computers. De oplossing is niet zomaar een zwaardere aardlekschakelaar plaatsen. Laat eerst beoordelen hoe de groepen en beveiliging zijn verdeeld.
Veilig opsporen: stap voor stap
Zet eerst alle installatieautomaten of groepsschakelaars die achter de uitgevallen aardlekschakelaar zitten uit. In de meterkast staat doorgaans aangegeven welke groepen bij welke aardlekschakelaar horen. Schakel daarna de aardlekschakelaar weer in.
Blijft hij ingeschakeld? Zet de groepen vervolgens één voor één aan. Valt de aardlekschakelaar direct uit bij een bepaalde groep, dan zit de oorzaak waarschijnlijk in die groep of in een apparaat dat daarop is aangesloten. Noteer welke groep het is. Dat voorkomt dat u later opnieuw moet zoeken.
Trek binnen die groep de stekkers van alle aangesloten apparaten uit het stopcontact. Vergeet vaste gebruikers niet, zoals een koelkast, cv-ketel, mechanische ventilatie, buitenverlichting, vijverpomp of apparatuur in een schuur. Zet daarna de groep weer aan en schakel de aardlekschakelaar opnieuw in.
Blijft alles ingeschakeld, sluit dan de apparaten één voor één weer aan. Wacht steeds even en zet apparaten die verwarmen ook kort aan. Slaat de aardlekschakelaar uit zodra een bepaald apparaat wordt aangesloten of gebruikt, haal dan de stekker eruit en gebruik het apparaat niet meer. Laat het repareren of vervang het.
Als de aardlekschakelaar ook uitslaat terwijl alle stekkers uit die groep zijn, is de kans groter dat de fout in de vaste installatie zit. Denk aan een lamp, schakelaar, wandcontactdoos, buitenkabel, lasdoos of aangesloten apparatuur die u niet eenvoudig kunt losnemen. Stop dan met zoeken en laat de installatie doormeten. Voor deze controle is een isolatiemeter nodig, plus kennis van de installatie.
Wat u beter niet doet
Een aardlekschakelaar steeds opnieuw omhoogzetten zonder oorzaakonderzoek is geen oplossing. Hij kan direct weer uitvallen, maar de fout kan ook tijdelijk verdwijnen en later terugkomen. Overbrug de aardlekschakelaar nooit en vervang hem niet door een ander type om van het probleem af te zijn. Daarmee neemt u juist de beveiliging weg die u nodig hebt.
Gebruik ook geen beschadigde verlengsnoeren, stekkerdozen of adapters. Zeker in de werkplaats of tuin worden snoeren zwaar belast en regelmatig verplaatst. Kies degelijk materiaal dat past bij de omgeving. Voor buitengebruik is een spatwaterdichte aansluiting nodig, maar ook die blijft alleen veilig wanneer kleppen sluiten en aansluitingen droog en onbeschadigd zijn.
Wanneer ligt het aan de aardlekschakelaar zelf?
Een defecte aardlekschakelaar komt voor, maar is minder vaak de oorzaak dan een fout in een apparaat of installatie. U kunt de werking globaal controleren met de testknop, meestal aangeduid met ‘T’ of ‘Test’. Druk hierop wanneer de schakelaar is ingeschakeld. De aardlekschakelaar moet dan afvallen.
Schakelt hij niet uit bij de testknop, laat hem dan zo snel mogelijk vervangen door een vakman. Hij biedt mogelijk onvoldoende bescherming. Wilt u hem daarna weer inschakelen maar lukt dat niet, dan is er waarschijnlijk nog steeds een fout in een aangesloten groep aanwezig. De testknop bewijst dus niet dat alle bedrading in orde is en vervangt geen professionele meting.
In moderne verdeelkasten zijn aardlekautomaten steeds gebruikelijker. Die combineren de functie van een automaat en aardlekbeveiliging per groep. Dat maakt het lokaliseren van een storing eenvoudiger, omdat niet meteen meerdere groepen uitvallen. Of aanpassing zinvol is, hangt af van de bestaande groepenkast, het aantal groepen en de belasting van de installatie.
Wanneer belt u een elektricien?
Schakel een elektricien in als de aardlekschakelaar uitslaat terwijl alle apparaten zijn losgekoppeld, als er sprake is van vocht of zichtbare schade aan vaste bekabeling, of als u brandlucht, verkleuring of warme stopcontacten opmerkt. Ook bij terugkerende storingen zonder duidelijke oorzaak is meten verstandiger dan gokken.
Bij een huurwoning of bedrijfsruimte kan de verantwoordelijkheid voor de vaste installatie anders liggen dan voor losse apparatuur. Meld de storing in dat geval direct bij verhuurder, beheerder of eigenaar en geef door welke groep uitvalt en welke controles u al hebt uitgevoerd. Dat bespaart tijd bij de reparatie.
Een aardlekschakelaar die uitvalt is hinderlijk, maar hij geeft een bruikbaar signaal af. Werk van groep naar apparaat, houd vocht en beschadigingen scherp in het oog en laat vaste installatiefouten doormeten. Zo krijgt u de stroom veilig terug en voorkomt u dat dezelfde storing uw volgende klus stillegt.